28 november 2024
BRUSSELS PARLEMENT – Brussel promoot nog steeds niet de eigen innovatieve technologieën in valpreventie van ouderen in rusthuizen. “De mentale omslag dat technologie en innovatie de zorgsector kan helpen, is nog niet doorgedrongen”, stelde Imane Belguenani in de commissie Gezondheid van het Brussels Parlement. Ze verwijst naar sensoren of camera’s die valincidenten snel detecteren en monitoren.
In de commissie Gezondheid van het Brussels Parlement stelde Imane Belguenani een vraag aan minister Alain Maron over de opvolging van valincidenten in Brusselse rusthuizen. De minister kon alvast meegeven dat vanaf 1 september 2024 de valincidenten in alle erkende rusthuizen gerapporteerd moeten worden. “Meten is weten” antwoordde Imane Belguenani. Informele cijfers spreken 15.000 valincidenten per jaar. Dat is menselijk én financieel, voor de gezondheidszorg, een groot probleem. Dit is veel leed en vaak hoge ziekenhuiskosten. “We gaan eindelijk het beleid ter preventie kunnen meten met de rapportering”.
Maar op de vraag welke innovatieve technologieën al worden ingezet in Brussels rusthuizen, bleef het antwoord zoek. Minister Maron gaf mee dat Iriscare contact heeft gehad met bedrijven uit de sector. Maar hij bleef stil over welke contacten en wat dat die hebben opgeleverd. De interesse voor innovatie en technologie om de zorgsector ontbreekt voorlopig nog, ondanks de uitdrukkelijke vraag in een parlementaire resolutie die Open Vld mee indiende en die breed werd aangenomen.
“Innovatie kan de druk op het zorgpersoneel aanzienlijk verlichten. De snelle detectie van incidenten via sensoren en/of slimme camera’s kunne leed voorkomen, kosten in de gezondheidszorg uitsparen en veel tijd vrijmaken voor nu reeds veel bevraagd zorgpersoneel om meer kwalitatieve tijd aan de residenten te besteden.”
De volledige vraag van Brussels Parlementslid Imane Belguenani
Vorige legislatuur keurden we een resolutie goed ertoe strekkende maatregelen in te voeren om valincidenten in de rusthuizen en de rust- en verzorgingstehuizen te voorkomen en op te volgen. Deze resolutie die we op initiatief van collega Dônmez mee hebben ingediend, was duidelijk. We willen een betere kwaliteit van de ouderenzorg én een hogere levenskwaliteit bij senioren. Een zaak waar ik maar al te graag mijn schouders onder zet. Want helaas is vallen een veel voorkomend probleem bij ouderen. Eén op de twee 75-plussers is elk jaar slachtoffer van een valincident. Bovendien hebben valincidenten grote lichamelijke, psychische, maar ook financiële gevolgen. Het leidt tot een stijging van ziekenhuisopnames, isolement en een stijging van medische kosten. Omgekeerd is valpreventie een besparing in de gezondheidszorg.
Als mede-indieners van deze resolutie (stuk nr. B-112/1 – 2021/2022) heeft mijn fractie telkens het belang benadrukt van een betere valpreventie, in het bijzonder via innovatieve oplossingen in de medische sector. Want voorkomen is beter dan genezen. Minstens twee innovatieve Brusselse startups (Kaspard en Mintt) hebben met de steun van Innoviris technologie ontwikkeld om valincidenten snel te detecteren, en wat nog belangrijker is, om valincidenten te monitoren, patronen te detecteren en te voorkomen. Het UZ-VUB gebruikt dan weer Nederlandse technologie in de geriatrieafdeling van het hospitaal. In heel wat landen wordt deze technologie gepromoot in rusthuizen en ziekenhuizen. Soms, zoals in Frankrijk medegefinancierd door de gezondheidszorg (via de agences régionales de santé). Deze bestaande preventie- en detectiesystemen bieden vandaag een betere levenskwaliteit van senioren en ontlasten de werkdruk van het zorgpersoneel. Personeel dat hierdoor ook meer tijd en ruimte heeft voor andere zorgtaken voor de patiënten.
Meten is weten. We hebben informele cijfers over het aantal valincidenten. Gemiddeld 2 incidenten per woonzorgbed met verhoogd risico. Dat zijn 15.000 incidenten per jaar. Vorige legislatuur gaf u aan (schriftelijke vraag nr. 678, zitting 2022/2023 ) dat de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC) geen overzicht heeft van het aantal valincidenten in de erkende rust- en verzorgingstehuizen. Deze worden namelijk op instellingsniveau verzameld. De GGC onderzocht manieren om deze gegevens te centraliseren.
Daarom had ik graag volgende vragen gesteld:
- Beschikken we inmiddels over een overzicht van het aantal valincidenten en de evolutie daarvan in de Brusselse rusthuizen? Wat heeft u hier ondernomen sinds de goedkeuring van de resolutie en het beantwoorden van de vragen?
- Welke preventie- en detectiesystemen worden er vandaag gebruikt in Brusselse de RVT’s? Is er hiertoe overleg geweest met Brusselse start ups en andere spelers op de markt?
- Heeft u voor de mogelijke financiering of de cofinanciering hiervan contacten gehad met uw federale collega bevoegd voor volksgezondheid?
- Werden er andere maatregelen voor valpreventie voorzien sinds de goedkeuring van de resolutie?