24-ureneconomie in Brussel: groot potentieel, weinig zicht op data

Tijdens de commissie Economie van het Brussels Parlement stelde parlementslid Imane Belguenani een mondelinge vraag over het potentieel van een 24-ureneconomie in Brussel. Aanleiding was een recente studie van het World Economic Forum, die steden oproept om de economische activiteit beter te spreiden over dag en nacht.

Volgens die studie kan een 24-ureneconomie bijdragen aan economische groei, jobcreatie en sociale inclusie. Ze wijst bovendien op een vaak onderbelicht aspect: nachtelijke economische activiteit kan in tijden van klimaatverandering net voordelen bieden, omdat de nacht koelere en veiligere omstandigheden creëert voor bepaalde vormen van werk en dienstverlening.

Meer dan nachtleven alleen

Het debat over een 24-ureneconomie wordt vaak herleid tot nachtleven of het idee van een ‘nachtburgemeester’. Volgens Belguenani is dat een te enge benadering. Het gaat ook over logistiek, onderhoud, IT-diensten, productie, zorg, mobiliteit en publieke dienstverlening. Vandaag blijven veel steden vasthouden aan een sterk daggericht beleid, met beperkt nachtelijk openbaar vervoer, gesloten diensten en weinig investeringen in nachtelijke infrastructuur.

Dat is volgens het World Economic Forum problematisch, omdat steden zo minder flexibel en minder veerkrachtig worden. Zeker in een grootstedelijke context als Brussel, waar ruimte schaars is en de economische druk hoog ligt, verdient een intensiever gebruik van bestaande infrastructuur minstens een ernstig onderzoek.

Innovatie als antwoord op klimaatuitdagingen

In haar tussenkomst plaatste Belguenani het debat ook expliciet in een bredere klimaatcontext. Naast stemmen die pleiten voor “minder doen” of het beperken van stedelijke ontwikkeling, bestaat er ook een ander spoor: inzetten op innovatie, het beschermen van open ruimte buiten de stad en tegelijk het stedelijk economisch weefsel versterken. De 24-ureneconomie past binnen die logica.

Het is geen mirakeloplossing, maar wel een piste die toelaat om economische activiteit anders te organiseren, zonder bijkomende ruimte in te nemen. Dat spanningsveld tussen verschillende visies op klimaat en economie vraagt volgens Belguenani om meer nuance en onderbouwde keuzes.

Het debat over een 24-ureneconomie gaat over veel meer dan nachtleven. Het gaat over hoe we onze stad slimmer, veerkrachtiger en duurzamer organiseren.

Weinig gegevens, vooral kwantitatief

In haar antwoord erkende staatssecretaris Barbara Trachte dat het Gewest vandaag over weinig specifieke data beschikt over de 24-ureneconomie in Brussel. De beschikbare cijfers zijn hoofdzakelijk kwantitatief en beperken zich tot tellingen van voetgangersstromen ’s avonds en ’s nachts. Die gegevens zeggen weinig over wie die mensen zijn, waarom ze zich verplaatsen of of ze effectief deelnemen aan economische activiteit.

Er bestaan ook nauwelijks gegevens over nachtelijke B2B-activiteiten, zoals logistiek, onderhoud of kritieke diensten. Voor een ernstig beleidstraject zouden bijkomende kwalitatieve studies nodig zijn, in samenwerking met sectoren en sociale partners. Tegelijk wees de staatssecretaris op terechte aandachtspunten zoals arbeidsomstandigheden, gezondheid, veiligheid en woonkwaliteit.

Nood aan verder onderzoek

Belguenani stelde vast dat het Gewest het potentieel van de 24-ureneconomie tot vandaag nauwelijks in kaart heeft gebracht. Net daarom pleitte ze ervoor om dit thema verder te onderzoeken, los van vooroordelen en met oog voor zowel economische kansen als sociale garanties.

Als Brussel zichzelf wil blijven positioneren als economische motor en welvaartsstad, is het volgens haar zinvol om ook deze piste ernstig te bekijken. Niet blind, maar onderbouwd, met aandacht voor gezondheid en welzijn, en gebaseerd op degelijk onderzoek in plaats van aannames.