As Good as it Gatz – De bibliotheek tussen beschaving en barbarij

De bibliotheek tussen beschaving en barbarij

Toen ik minister van cultuur was -een ongemeen boeiende periode voor mij, de beste- trokken veel culturele spelers aan mijn mouw. De theaters, de beeldende kunstenaars, de culturele centra, de muzikanten, de musea, het sociaal-cultureel werk, de auteurs, enz. Ik zag hen allemaal even graag en probeerde hen allemaal even graag te zien. Maar één van de culturele actoren die het meest op hete kolen zat, waren de bibliotheken. In het toenmalige regeerakkoord stond immers dat de bibliotheekverplichting voor de gemeenten wegviel.
De redenering hierachter was dat die verplichting die in 1978 was ingevoerd obsoleet geworden was: elke gemeente had namelijk al een tijdje een bibliotheek, dus het doel was bereikt.

Maar de bibliotheken waren er allerminst gerust in. Ze capteerden dit als een motie van wantrouwen. Ze waren ‘niet meer nodig’ en ‘de gemeenten zouden hen dra afschaffen’, die schrik zat erin. Ik legde hen meermaals geduldig uit dat dit niet de bedoeling was en ook niet zou gebeuren. Omdat de burger van 1978 misschien lokaal al tevreden was met goed aangelegde voetpaden, bij wijze van spreken, maar de burger vandaag vindt een gemeentelijke bib een vanzelfsprekende service van een lokaal bestuur en zal nooit aanvaarden dat een gemeentebestuur er de hakbijl in zet.


Ze waren niet overtuigd. Vele jaren later hebben ze gelukkig ongelijk gekregen. Daarmee wil ik mijn gelijk niet bewijzen. Net de bibliotheken hebben het gelijk aan hun kant: als ze er nog steeds zijn en niemand hen in vraag stelt is dat omdat ze hun basisfunctie, uitlening van boeken, uitstekend vervullen. Maar vooral omdat vele onder hen ook een cultuurcentrum van leesbevordering en boekenplezier geworden zijn. Bibs zijn plekken van stilte, ja, maar ze zijn ook soms terecht luid met allerlei gesmaakte vernieuwende activiteiten.

Er zijn echter nieuwe kapers op de kust. Want het aantal boeken ‘geschreven’ door artificiële intelligentie neemt snel toe. En hoe. Daar waar de bibliotheken a.h.w. elke dag verse soep aanbieden, worden ze nu uitgedaagd om soep uit blik aan te bieden. Of soep uit pakjes. Nu mag iedereen dat eten, mij goed. Maar dat is m.i. niet de taak van een bibliotheek. Een gemeentelijke bib krijgt overheidsmiddelen om boeken geschreven door mensen in de rekken te hebben. Schrijven is een creatieve kunstvorm. En die boeken lezen is een plezier.

Bibliotheken zijn kruispunten van humanisme. AI-boeken zijn door computers gerecycleerde woorden en zinnen, zonder meerwaarde, zonder ziel (hetzelfde geldt overigens voor AI-muziek). Een woordenbrij van sluw verpakte herhaling. Meer nog, die boeken aankopen (men mag ze van mij lezen, hoor -maar op eigen kosten) impliceert dat men geen individuele schrijvers ondersteunt maar het beperkte aankoopbudget voor leesplezier aanwendt en verbrokkelt om schimmige multinationals rijker te maken, die bestaande literatuur digitaal vampiriseren en kunst banaliseren tot een anoniem serieproduct.

Neen aan gekunstelde pseudo-intelligentie, ja aan de kunst van het genie van de mens.

Sven Gatz