Kleur bekennen?
Ik heb een kleurrijke jeugd beleefd. Letterlijk. In de jaren ’60 & ’70 hadden kleren, auto’s en meubels alle kleuren. Gele, knalrode of felblauwe wagens waren eerder de regel dan de uitzondering. Zwart was voor taxi’s en begrafenisondernemers, de vaalgrijze dwang van de huidige leasingvloot bestond nog niet. De garderobe en het interieur van de mensen telde alle tinten, met de fameuze combinatie oranje-bruin die kenmerkend was voor menig huiskamer tijdens dat decennium. Ondanks de oliecrisis die er economisch inhakte, was het een veeleer vrolijke periode. Maar dat kan ook aan mijn kinderlijk perspectief liggen natuurlijk.
Zelfs in de grauwe jaren ’80 -de gevolgen van de crisis waren nu wel echt voelbaar- bleef de polychromie nog erg zichtbaar in het dagelijks leven. Natuurlijk was punk (en zeker de erop volgende new wave – om even in muziektermen te spreken, tja, als adolescent is en was muziek je leven…) ook voor een deel zwart maar dat werd ruimschoots gecompenseerd door felle fluo (geel en groen) in pins en sweaters. En ook de mods deden overigens hun duit in het zakje als influencers.
Opvallen was de boodschap, verdrinken in de massa was geen optie. No fun, no future!
Als ik dat vergelijk met de clothing code die ik vandaag -geheel gespeend van enig cultuurpessimisme, want optimism remains a moral duty- meen te ontwaren aan de schoolpoorten, dan is dat wel enigszins veranderd. Ik hoop dat het te maken heeft met een soort schooluniform (zelfs al ben ik daar een zeer koele minnaar van) want al dat mat zwart en slobberend grauw is nauwelijks te harden. Een wedstrijdje om ter grijste muis?
Enfin, mijmeringen van een oudere jongere, I could be wrong.
Ik heb de indruk dat wij meer met mode bezig waren dan de huidige jonkies, die zich ofwel hullen in het nulpunt der confectie-industrie ofwel in vintage (dat laatste begrijp ik als statement dan wel weer volkomen en de lelijkheid van de jaren ’90 heeft kleur, toegegeven). In het laatste jaar van de humaniora praatten wij niet alleen over Simple Minds of De Kreuners maar ook over Jean Paul Gaultier en de Antwerpse Zes.
Schoonheid en individuele expressie (of is dit een illusie?)…
Wat ik toen nog niet wist is dat dit sextet -en als hoofdstedeling breng ik uitdrukkelijk hulde aan de kwaliteit van de wereldvermaarde Antwerpse academie en ook het MoMu- meer Brusselse linken had dan men op het eerste gezicht zou vermoeden: de Dansaertstraat, de Varkensmarkt en de Hoogstraat, om maar enkele ankerpunten te noemen. U leest erover in het nieuwe boek van Oscar van den Bogaard.
Misschien komt het wel terecht bij enkele pubers die zich aan dit Zennemoeras willen onttrekken?
Al geef ik grif toe dat iedereen het recht heeft om zich in vormeloze zwartgrijze hoodies en sweaters te kleden, geen probleem.
Maar zijn deze tijden al niet duister genoeg: where is the joy?
Sven Gatz