As Good as it Gatz – Vlaamse blik, Brusselse realiteit

Vlaamse blik, Brusselse realiteit

‘Brussel is een derdewereldstad’, zo gaf een journalist uit het noorden van dit koninkrijk met een snel tweetje uiting aan zijn mediatiek ongenoegen bij het oprijden van het momenteel nogal chaotische Saincteletteplein. Deze ruimte, die zich inderdaad moeilijk laat vangen als plein, ligt geprangd tussen het kanaal en Kanal. De penibele verkeerssituatie, door de langdurige heraanleg van dit knooppunt, is onloochenbaar.

Ik geef toe, in de week vermijd ik doorgaans dit stukje betonwoestijn. Ook zonder heraanleg is het er hachelijk ondoordringbaar. Er komen een tiental lanen, straten en kaaien op uit die wel lijken te strijden om het meeste auto’s en fietsers. Voor zover deze twee stadsstammen al niet met elkaar vechten. Ik neem dan wijselijk de metro of blijf in de tunnel om onnodig ongemak te vermijden.
Zondag heb ik meer tijd om de pijnpunten van dit urbanistisch Utopia te overschouwen. Dan rijd ik met de fiets vanaf de Basiliek van Koekelberg de Leopold II-laan (die maar niet van naam wil veranderen) af linea recta het kanaal waar ik naar rechts het jaagpad richting Halle insla. Maar over die mooie Brabantse stede vertelde ik u vorige week al iets.

Laat me u even meenemen naar het stukje derde wereld op de hoek van de Koolmijnenkaai, vlakbij de brug. Daar ligt een groot en treurig perceel wachtend op wat komen zal. Het is een klein stadsverhaal. Zo’n tien jaar geleden woedde daar plots een hevige brand in de 2 bedrijven die toen nog op de gronden actief waren. Aangestoken door de eigenaar die de verzekering wilde oplichten, bleek later. Vervolgens zag een projectontwikkelaar zijn kans schoon om op dit brownfield naast de gloednieuwe sporthal van de gemeente Molenbeek een woningencomplex te bouwen.

En dan begint het spel der stedelijke krachten, met drie compleet verschillende agenda’s. Er is de klassieke, sommige zullen zeggen kapitalistische approach, namelijk een onderneming die een grond koopt en in overeenstemming met de juridische bestemming ervan een bouwvergunning indient. Geen issue in een stad die investeringen en rechtszekerheid omarmt, zou ik durven zeggen. Welkom, middenklasse. Daar staat evenwel een oude bekende om de hoek van dit windgat te wachten: socialistische vrienden die toch ook een bepaald aandeel sociale woningen in dat nieuwe blok zouden willen opleggen. Als de (Franstalige) socialisten van de gemeente vervolgens een rondje armworstelen met de (Nederlandstalige) socialisten van dit lasagne-gewest verliezen we wel veel tijd. Maar dit is nog overkomelijk.

Tot een derde groep ten tonele verschijnt: zij die er al langer maar soms nog maar heel kort wonen en die pontificaal stellen dat een stuk bouwgrond een park moet worden. Wie gaat dat betalen, wie gaat de investeerder vergoeden? Dat is hun probleem niet, aangezien zij naar eigen zeggen een nobel doel nastreven. Dat zou de overheid toch moeten inzien.
Heel die lieflijke wirwar is niet per se typisch Brussels. Men kan dit soort gekrakeel, met betwistingen voor rechtbanken toe, ook in Antwerpen, Gent of Luik. Maar wij ketjes doen er graag nog een schepje bovenop, toegegeven. Sainctelette is in die zin een hoofdstedelijke parabel.

Mijn punt is, als iemand dit gemakshalve de derde wereld wil noemen, hoeft die dat niet te laten als die zich daar even beter door voelt. Maar weet dan dat dit ook gewoon het gevolg is van een eindeloos democratisch debat tussen burgers en politici over hoe je een stad vandaag inricht. En verzoent. Yassine met de tweedehands BMW, Nele met de gele bakfiets en Rodolphe, de investeerder in maatpak: ze bestaan, ze wonen op dezelfde vierkante kilometer en ze denken heel anders over deze dingen. Maar over twee zaken zijn ze het wel eens. Ze wonen niet in een derdewereldstad. En ze willen dat er morgen een verse Brusselse regering komt, die zich een helder pad door de moerassige jungle hakt.

Sven Gatz