As Good as it Gatz – what goes up, must come down

What goes up, must come down

Een kruik gaat altoos zo lang te water tot ze barst.
Dat is nu aan het gebeuren met het geduld van de Brusselaars i.v.m. de vliegtuigen over de hoofdstad. Trop is immers nog altijd teveel.
Gelieve mij niet verkeerd te begrijpen. Ik ben een voorstander van de luchthaven (altijd geweest) en ik heb -i.t.t. vele andere stadsgenoten- weinig tot niks tegen het feit dat er vluchten over Brussel gebeuren. Maar ik ben wel voor een (zo) rechtvaardig(e) (mogelijke) spreiding van de overvliegende toestellen.

Laat me u eerst vertellen over de lusten van Brussel Airport, want die zijn er.
Uiteraard is de luchthaven een bron van tewerkstelling, ah ja, ook voor veel Brusselaars die niet altijd hooggeschoold zijn. Dat is onmiskenbaar.
Verder is Zaventem belangrijk voor onze economie (en ik zal het toch nog maar eens herhalen: zonder economische vooruitgang, geen welvaart -die we onder elkaar kunnen verdelen-, sorry voor dit open doekje). Niet alle goederen komen ter zee of te land België binnen, namelijk…
En daarnaast is er de evidente toeristische functie van het vliegveld, als connectie met de rest van de wereld.

Maar waar lusten zijn, kronkelen meestal ook lasten, onder de waterlijn. Of omgekeerd.
Ik heb de luchthaven altijd geweten. En ook dat er vliegtuigen boven mijn hoofd passeren. In opstijgende lijn over de Basiliek van Koekelberg, waar ik vlakbij woon. In dalende lijn iets noordelijker in Jette. Dat is niet altijd aangenaam, maar ik vind het niet onoverkomelijk. Zoals bij al mijn politieke standpunten vraag ik nooit aan iemand om het met mij eens te zijn. Ik begrijp perfect dat andere Brusselaars mijn stelling aanstootgevend kunnen vinden. Maar zelf kan ik dus leven met vluchten over de stad als ik weet dat de spreiding op een zo correct mogelijke manier gebeurt, in Brussel, in de noordrand en ten oosten van de stad (in het westen en het zuiden is de overlast meestal iets minder).

Maar vandaag is het broze evenwicht tussen lusten en lasten voor meer dan 100.000 Brusselaars volledig weg.
Hoe komt dat? Er zijn 3 redenen.

Het weer. Bij goed weer is er vaak (zuid-)oostenwind. Bij prettig weer zitten mensen vaak buiten, op het terras of in de tuin. En net dan dalen de vliegtuigen over Jette, Laken, Haren, Evere tot in Zaventem. Een oud zeer want bij goed weer is de overlast dus groter. Maar nu vliegen de ijzeren vogels op Europese verplichting in een veel nauwkeuriger afgebakende luchtpiste. Minder Brusselaars krijgen dus werkelijk alle dalers over hun hoofd.

De wind. Normaal gezien moet er maar gedaald worden over Brussel vanaf 7 knopen oostenwind, maar blijkbaar heeft iemand beslist dat dit nu ook al mag gebeuren vanaf 3-4 knopen. Dus hetgeen ik hierboven beschreef gebeurt nog vaker en sneller dan vroeger.

Het gerecht. Door een rechterlijke uitspraak na klachten van omwonenden kan er (voorlopig?) niet meer over het Zoniënwoud en omgeving gevlogen worden in en ten zuid-oosten van Brussel. Dus is de concentratie van vluchten die hierboven al in toenemende mate problematisch werd nog heviger en vooral frequenter.

Dit gaat echt niet meer. De tolerantie voor overlast is recht evenredig met de eerlijke spreiding ervan. Die moet dringend hersteld worden.
(Voor een goed begrip: zelf heb ik eigenlijk evenveel of -weinig last als voorheen, dit is dus geen oratio pro domo. Misschien hoor ik het niet genoeg en ik begrijp ook dat eens je het overlastlawaai hoort, het niet meer uit oren en hoofd gaat. Maar in de smallere betrokken zone die alles tegelijk te verwerken krijgt, is het werkelijk onhoudbaar geworden.)

Sven Gatz