Vrijdag 28 maart was een goede dag voor het Brussels Gewest. In één en dezelfde avond werden drie belangrijke financiële mijlpalen bereikt: het parlement keurde de begroting 2026 goed, ratingbureau Standard & Poor’s bevestigde de Brusselse kredietrating, en Deutsche Bank opende een nieuwe kredietlijn van 250 miljoen euro. Onder leiding van Anders-minister van Financiën Dirk De Smedt worden de Brusselse financiën stap voor stap weer op orde gebracht.
Kredietbeoordelaar Standard & Poor’s bevestigde vrijdag de rating van het Brussels Gewest op A. Dat de rating niet verslechtert, is een belangrijk signaal: S&P oordeelt dat het financieel verval gestopt is sinds het aantreden van de Dilliès-regering op Valentijnsdag.
De vooruitzichten blijven wel negatief, wat betekent dat verdere discipline vereist blijft. Minister De Smedt omschreef de bevestiging als ‘een teken van pril vertrouwen’ en een aanmoediging om de ingeslagen weg vol te houden.
Drie nieuwe kredietlijnen: de financiering voor de legislatuur is rond
Naast de S&P-bevestiging kondigde De Smedt een reeks nieuwe bankakkoorden aan die de financiering van het gewest voor de komende jaren veiligstellen.
Deutsche Bank opende een driejarige kredietlijn van 250 miljoen euro. Dat een internationale grootbank instaat voor de Brusselse liquiditeit, is volgens De Smedt een positief signaal: internationale instellingen tonen vertrouwen in het gewest. Intussen werd ook de kredietlijn van ING — een half miljard euro — hernieuwd, nadat de bank vorig jaar nog had gedreigd die op te zeggen. En Belfius sloot een akkoord voor langetermijnleningen van 1 miljard euro voor investeringen.
“Voor de korte termijn hebben we nu weer alle instrumenten om het schuldbeheer vlot te trekken in handen. We houden voldoende cash op de rekeningen om alle lopende uitgaven te betalen. Daarbovenop hebben we 800 miljoen euro aan extra kredietlijnen.”
Daarmee is de financiering voor de volledige legislatuur contractueel rond, aldus De Smedt. De voorwaarden zijn marktconform, en de kredietlijnen lopen drie jaar: een zekerheid tot 2028.
Het traject naar 2029: evenwicht als einddoel
De begroting 2026 is het startpunt van een meerjarig hersteltraject. Het tekort bedraagt dit jaar 957 miljoen euro — voor het eerst onder het miljard. Tegen 2029 wil de regering het budget in evenwicht brengen, rentelasten inbegrepen. De schuldgroei wordt geplafonneerd op 3 miljard euro voor de hele legislatuur.
Anders.Brussel staat volledig achter dit traject. De discipline die nu wordt opgebracht, is de voorwaarde om later opnieuw te kunnen investeren in wat Brussel echt nodig heeft: werk, veiligheid, leefbaarheid en een sterke economie.
“957 miljoen euro tekort is geen eindpunt. Het is het begin van een traject naar een Gewest dat opnieuw financieel stabiel is.”