Brussel investeert in innovatie. Maar meer transparantie is nodig

Brussels parlementslid Imane Belguenani (Anders) stelde minister Laurent Hublet (Werk, Economie en Digitale Economie) een schriftelijke vraag over de budgetten en effectiviteit van de Brusselse steunmaatregelen voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie (O&O). De antwoorden zijn gedeeltelijk verhelderend, maar roepen ook vragen op.

Brussel beschikt over een breed pallet aan instrumenten om innovatie bij ondernemingen te ondersteunen: van de Innovatiepremie en R&D-projecten via Innoviris tot begeleiding door hub.brussels en investeringen via Finance.brussels. De nieuwe Brusselse regering wil dat instrumentarium bovendien heroriënteren: minder premies, meer leningen tegen lage interest, en een geïntegreerde aanpak tussen Finance.brussels en Innoviris.

Imane Belguenani vroeg daarom twee concrete zaken: hoeveel budget gaat er vandaag naar welke instrumenten, en wat levert elke euro publieke steun concreet op aan bijkomende private investeringen?

De return on investment

De minister verduidelijkte allereerst dat het innovatiebeleid grotendeels onder de bevoegdheid van minister-president Boris Dilliès valt, niet onder hemzelf. Zijn eigen bevoegdheden omvatten een deel van het plaatje: 740.000 euro voor vier incubatoren (2025), deelnemingen in investeringsfondsen voor universitaire spin-offs, en zo’n 3,1 miljoen euro voor digitale programma’s zoals sustAIn.brussels, Innovation Voucher, Start AI en GenAI.

Over de return on investment verwijst de minister naar Innoviris-cijfers voor de periode 2015–2025: elke euro overheidsubsidie zou gemiddeld 0,91 euro aan extra private investeringen hebben gegenereerd. Tegelijk nuanceert hij dat zelf: dit cijfer dekt niet alle effecten op werkgelegenheid, groei of concurrentievermogen.

Een beter overzicht is nodig

Het antwoord bevestigt iets wat Anders al langer onderstreept: transparantie over de effectiviteit van economisch beleid is geen luxe, maar een noodzaak — zeker wanneer de regering een grote heroriëntering doorvoert. Een hefboomratio van minder dan één euro private investering per euro publieke steun is geen dramatisch cijfer, maar het stelt wél de vraag of de huidige instrumentenmix optimaal is.

Wat ontbreekt, is een volledig overzicht van alle O&O-budgetten. De minister verwijst voor het leeuwendeel van de cijfers door naar de minister-president. Dat is bevoegdheidsrechtelijk begrijpelijk, maar voor het parlement en voor Brusselse ondernemers is het gehele plaatje relevant. Anders zal ook die informatie opvragen.

De aangekondigde geïntegreerde aanpak tussen Finance.brussels en Innoviris is in principe een stap in de goede richting: minder versnippering, meer begeleiding van A tot Z. Maar de concrete invulling en de bijbehorende budgetten moeten nog volgen. Anders zal de uitvoering van die belofte blijven opvolgen.