Brussel is Europese topbestemming voor congressen

Uit het antwoord van minister-president Dilliès op een parlementaire vraag van Imane Belguenani blijkt dat Brussel goed is voor 7% van alle internationale associatie-evenementen wereldwijd, en daarmee al meer dan vijf jaar de eerste plaats bekleedt in de UIA-ranking. Zakelijk toerisme is daarbij een belangrijk onderdeel: 55% van alle toeristische overnachtingen in Brussel wordt gegenereerd door zakenreizigers, en 58% van de tewerkstelling die door toerisme wordt gedragen, hangt af van diezelfde sector.

Belguenani waarschuwt dat die positie extra aandacht vraagt. In het voorjaar van 2026 kampte Brussels Airport met bijzonder lange wachtrijen aan de grenscontrole, tot enkele honderden meter lang. Internationale bezoekers missen daardoor aansluitingen en krijgen een negatieve eerste indruk van de stad.

“We mogen best trots zijn op de positie die Brussel als congresstad heeft opgebouwd. Meer dan de helft van onze toeristische overnachtingen komt van zakenreizigers, en bijna 6 op 10 toerismejobs hangen daarvan af. Maar om die positie te behouden, moeten we ons voortdurend aanpassen en ervoor zorgen dat Brussel een aantrekkelijke en toegankelijke stad blijft” aldus Belguenani.

Met het CONFEX-project op de Heizel wil de Brusselse regering net verder inzetten op die troef. “Het project moet Brussel versterken als locatie voor grootschalige internationale evenementen en congressen, en zo bijkomende tewerkstelling creëren in een sector die vandaag al 58% van de toerismejobs draagt. Maar die ambitie staat of valt met de toegankelijkheid van de stad.” Voor Belguenani moet daarom ook bij organisatoren van evenementen worden gepeild naar de toegankelijkheid van Brussel.

Opvallend uit het antwoord van de minister-president: tot vandaag werd in de tevredenheidsenquêtes van visit.brussels geen enkele specifieke vraag gesteld over de beleving van de luchthavenontvangst door internationale bezoekers. Pas nadat Belguenani deze kwestie op de politieke agenda plaatste, kondigde de minister-president aan dat de vraag alsnog wordt opgenomen in toekomstige bevragingen. Voor Belguenani is dat een erkenning dat het probleem tot dusver niet systematisch werd opgevolgd: “Je kan een probleem niet aanpakken dat je niet meet. Dat dit pas nu wordt toegevoegd, toont dat dit een blinde vlek was”