Het Brussels Parlement heeft vrijdag 28 maart de begroting 2026 goedgekeurd. Na meer dan 600 dagen politieke stilstand en vijf opeenvolgende voorlopige twaalden heeft Brussel eindelijk opnieuw een echte, volwaardige begroting. Een historisch moment voor de nieuwe Dilliès-regering, en een eerste concrete stap op het pad naar financieel herstel.
Dat de begroting er ligt, is op zich al een prestatie. De nieuwe regering werd gevormd op Valentijnsdag 2026, en had amper drie weken de tijd om een volledige begroting te onderhandelen, op te stellen en in te dienen. De administraties, de diensten van het parlement en het Rekenhof werkten onder hoge druk om dit mogelijk te maken.
De cijfers zijn helder: 6,622 miljard euro aan ontvangsten tegenover 7,613 miljard euro aan uitgaven. Dat geeft een tekort van 957 miljoen euro, voor het eerst in jaren onder de grens van één miljard. Het Rekenhof bevestigde dat het ESR-vorderingensaldo een verbetering van 591 miljoen euro betekent ten opzichte van de voorlopige kredieten van 2025.
Bewuste keuzes: 80% besparen, 20% optimaliseren
De begroting steunt op een duidelijke logica: 80% van de aanpassing komt via beheersing van de uitgaven, 20% via optimalisatie van de ontvangsten. De overheid bespaart daarbij ook op zichzelf: de budgetten van kabinetten en parlement worden respectievelijk met 6,4 en 6,8 miljoen euro verlaagd. Consultancykosten, communicatiebudgetten en huuruitgaven worden gesnoeid. Tien bestaande administraties worden gefuseerd tot één.
Tegelijk worden gerichte investeringen behouden waar ze het meest nodig zijn: 3 miljoen euro voor veiligheid en netheid rond de grote stations, 3 miljoen voor de aanpak van dakloosheid en drugs, 51 miljoen voor de MIVB-investeringsstrategie, en strategische participaties in BGHM (400 miljoen), Vivaqua (180 miljoen) en het CONFEX-congrescentrum op de Heizel (150 miljoen).
Aan de stemming gingen meerdere commissiezittingen vooraf. In de Commissie Financiën bespraken volksvertegenwoordigers de begroting per ministerportefeuille: minister-president Dilliès, minister Hublet voor Werk en Economie, staatssecretaris Persoons voor Leefmilieu en Stadsvernieuwing, en staatssecretaris Henry voor Ruimtelijke Ordening en Energie. In elk van die commissies kwamen de concrete beleidskeuzes en budgetten uitvoerig aan bod.
De plenaire stemming vrijdag zette het sluitstuk op een intensieve week van parlementair debat. Anders.Brussel verdedigde de begroting als een noodzakelijke maar evenwichtige keuze: discipline waar het moet, investeringen waar het telt.
Begin van een traject naar evenwicht
957 miljoen euro tekort is geen eindpunt. Het is het begin van een traject dat Brussel tegen 2029 naar begrotingsevenwicht moet brengen. De schuldgroei wordt geplafonneerd op 3 miljard euro voor de hele legislatuur. Een versterkt monitoringcomité houdt de vinger aan de pols.
De boodschap van Anders.Brussel is duidelijk: deze begroting is geen gemakkelijke begroting. Ze vraagt discipline en keuzes. Maar ze is eerlijk en gericht op de toekomst van Brussel.