Duaal leren in Brussel: Anders zet probleem op de agenda

BRUZZ belichtte dit weekend een pijnpunt waar Anders al langer op hamert: het systeem van duaal leren in Brussel draait lang niet op volle kracht. Dat is geen toeval. De cijfers die in het artikel verschijnen, zijn afkomstig uit een parlementaire vraag die Imane Belguenani stelde aan Brussels Werkminister Laurent Hublet.

Van de 1.938 bedrijven die door Actiris begeleiding kregen om stageplaatsen voor duaal leren aan te bieden, deden er uiteindelijk slechts 1.058 dat ook effectief. In 2025 werden 560 mentorpremies toegekend. Resultaten die ver onder het potentieel liggen.

De oorzaak ligt deels in de institutionele complexiteit van Brussel. Werkgelegenheid is een gewestbevoegdheid, onderwijs een gemeenschapsbevoegdheid. Het gevolg: meerdere parallelle systemen met elk hun eigen regels, premies en administratieve verplichtingen. Zo moet een mentor een tweedaagse opleiding volgen om een Nederlandstalige leerling te begeleiden, maar geldt dat niet voor een Franstalige leerling. Die versnippering schrikt werkgevers af.

Brupartners publiceerde eerder dit jaar een uitgebreid advies over de nood aan hervorming — samen met BANSPA en het Franstalige Instance Bassin EFE. Ook Tracé, de Nederlandstalige organisatie die Brusselse werkzoekenden begeleidt naar werk en opleiding, dringt aan op verandering.

Anders deelt die bezorgdheid voluit. “Het advies van Brupartners legt de vinger op de zere wonde. Zonder echte coördinatie tussen de gewesten en gemeenschappen blijven we dit potentieel verspillen. Het Brussels Gewest moet nu de lead nemen”, zegt Sven Gatz.

De gewestelijke beleidsverklaring 2026–2029 belooft nochtans het beleid rond duaal leren te versterken en uit te breiden naar alle opleidingsrichtingen, met een duidelijkere afbakening van het landschap en betere coördinatie. Imane Belguenani en Sven Gatz nemen dat engagement ernstig en zullen de komende maanden in het Brussels Parlement blijven opvolgen of die belofte ook wordt ingelost.