De Brusselse arbeidsmarkt lijdt zwaar onder de gebrekkige erkenning van buitenlandse diploma’s. Dat blijkt uit cijfers die minister van Werk Bernard Clerfayt (DéFI) gaf in antwoord op een parlementaire vraag van Brussels parlementslid Imane Belguenani (Open Vld).
BON en Ciré hebben het afgelopen jaar 1.285 werkzoekenden begeleid naar een erkenning van hun buitenlands diploma. Toch blijft het probleem groot: “43% van de werkzoekenden, dat zijn 40.000 Brusselaars, hebben een niet-erkend buitenlands diploma,” stelt Belguenani. “Dit leidt tot lagere looninschaling, minder toegang tot publieke functies, een lager zelfbeeld bij werkzoekenden én een enorm potentieel aan geschoolde arbeidskrachten die we in Brussel en de Rand mislopen op onze arbeidsmarkt.”
Het Brussels Onthaalbureau Nieuwkomers (BON) en Ciré (Coordination et Initiatives pour Réfugiés et Étrangers) begeleiden, in opdracht van Actiris, werkzoekenden die in het buitenland een diploma hebben behaald dat hier niet erkend wordt. Het Brussels Gewest speelt hiermee, vanuit evidente regionale economische belangen, in op een gemeenschapsbevoegdheid. De erkenning van diploma’s, inclusief de criteria, de kostprijs en de doorlooptijd, valt onder de bevoegdheid van de gemeenschappen: de Fédération Wallonie-Bruxelles en NARIC voor de Vlaamse Gemeenschap.
Structurele knelpunten blijven bestaan
Minister Clerfayt gaf aan geen zicht te hebben op het aantal begeleide dossiers dat effectief leidt tot een diploma-erkenning, of, wanneer een diploma-erkenning niet mogelijk is, tot een erkenning van competenties. Volgens de minister verloopt de erkenning aan Vlaamse zijde via NARIC (National Academic Recognition Information Centre) vlotter. Aan Franstalige zijde is er momenteel overleg tussen de gewesten en de Fédération Wallonie-Bruxelles om de erkenningsprocedure te vereenvoudigen.
Imane Belguenani erkent de inspanningen van het Brussels Gewest en de minister om de procedures te verbeteren, maar wijst op blijvende knelpunten. Zo worden werkzoekenden aan Franstalige zijde niet vrijgesteld van de administratieve kostprijs voor de procedure. “Nog verbazingwekkender is dat de beide gemeenschappen elkaars erkenning niet erkennen én dat er geen overleg over is,” concludeert Belguenani.
“Het gevolg is bijzonder problematisch. Als een verpleegster in Brussel haar diploma laat erkennen via NARIC, kan ze niet aan de slag in Waals-Brabant, en omgekeerd. This must be Belgium. Dit kan niet binnen de Brussels Metropolitan Region, die toch één grote arbeidsmarkt vormt en waar interregionale arbeidsmobiliteit net moet worden aangemoedigd.”
De volledige schriftelijke vraag en antwoord
28 november 2025: Schriftelijke vraag van mevrouw Imane Belguenani aan de heer Bernard Clerfayt, m.b.t. het de equivalentie van het diploma van werkzoekenden in Brussel.
Ik wens enkele vragen te stellen over enerzijds de cijfers over het aantal werkzoekende Brusselaars dat beschikt over een buitenlands diploma dat hier niet erkend is en waarvoor geen equivalentie is. Anderzijds wens ik vragen te stellen over de procedure tot de equivalentie van die diploma’s.
Momenteel zou 43% van de werkzoekende Brusselaars ingeschreven bij Actiris beschikken over een diploma dat niet erkend wordt in België. Met alle gevolgen van dien: lagere inschaling qua loon, geen toegang tot publieke jobs met diplomavereiste, maar ook aangetast zelfbeeld en vertrouwen in het integratieparcours. Maar bovenal een enorm potentieel dat onze gewestelijke economie misloopt op haar arbeidsmarkt. Vooral voor knelpuntberoepen, in het bijzonder in de zorgsector, is dit extra pijnlijk. Het gaat om 40.000 mensen. Als we enkel kijken naar werkzoekenden die afkomstig zijn uit landen van buiten de EU zou het om 80% gaan.
Actiris werkt met BON en Ciré om informatie en begeleiding te voorzien voor mensen die hun diploma hier willen laten erkennen. Daarvoor moeten ze een equivalentie aanvragen bij de gemeenschappen. Het gewest investeert terecht uit economische overwegingen in deze gemeenschapsbevoegdheid.
Vanuit de praktijk horen we dat de equivalentie vaak botst op 1) de trage procedures bij de gemeenschapsdiensten, 2) dat deze vaak zeer formele criteria voor equivalentie stellen (uren stage, zeer specifieke vakken die weinig impact hebben op uitvoering van het beroep hier, …), 3) dat beide gemeenschappen elkaars equivalenties niet wederzijds erkennen.
Graag wou ik weten:
- Hoeveel werkzoekenden Actiris via BON en Ciré begeleidt naar een equivalentie van hun diploma?
- Hoeveel daarvan bekomen die?
- Wat is de gemiddelde doorlooptijd van deze procedure?
- Zijn er verschillen tussen beide gemeenschappen hierin?
- Is er overleg tussen de gemeenschappen en het Brussels Gewest om de criteria voor de equivalentiebeter af te stemmen op de noden op de arbeidsmarkt?
- Klopt het dat beide gemeenschappen elkaars equivalenties niet erkennen? En desgevallend, is hier overleg over met de gemeenschappen? Zeker in Brussel lijkt dit absurd en kan dit bepalend zijn in de keuze van de filière die werkzoekenden nemen.
_________________________________________________________________________________
6 december 2026: Antwoord minsiter Bernard Clerfayt
1. In 2025 hebben de “diploma-erkenning”-partners van Actiris, BON en CIRE, 1.285 dossiers geanalyseerd (laatst beschikbare gegevens: januari tot en met november). Dit komt overeen met 95% van de begeleidingsdoelstelling.
De partners organiseren daarnaast ook infosessies voor werkzoekenden, voor nieuwkomers die een inburgerings- en integratietraject volgen, evenals voor Brusselse professionals actief in de socio-professionele inschakeling.
2. Actiris biedt begeleiding bij de aanvraag tot diploma-erkenning aan, maar de bevoegdheid voor de erkenning zelf wordt door de wetgever toevertrouwd aan de gemeenschappen, via de Fédération Wallonie-Bruxelles en NARIC.
Op dit moment beschikt Actiris niet over een authentieke gegevensstroom die het mogelijk maakt officiële informatie van de gemeenschappen te ontvangen over de toekenning van een diploma-erkenning.
De enige gegevens waarover Actiris beschikt met betrekking tot het verkrijgen van een diploma-erkenning zijn de gegevens die sommige werkzoekenden proactief meedelen.
3. De gemiddelde doorlooptijd verschilt per gemeenschap en is bovendien afhankelijk van het type aangevraagde erkenning.
Niveau-erkenningen worden sneller afgehandeld dan specifieke erkenningen van opleidingen. De doorlooptijden kunnen variëren van enkele weken tot meerdere maanden.
In de Fédération Wallonie-Bruxelles beschikt de Directie, zodra het gelijkwaardigheidsdossier volledig is en het ontvangstbewijs werd afgeleverd, wettelijk over vier maanden om het advies van de Gelijkwaardigheidscommissie te verkrijgen. Na dit advies wordt de beslissing binnen een maximale termijn van 40 dagen meegedeeld. De termijn begint pas te lopen vanaf het moment dat het dossier als volledig wordt beschouwd. In de praktijk kunnen bijkomende documentaanvragen deze termijn verlengen.
NARIC-Vlaanderen geeft aan dat, wegens het hoge aantal aanvragen, de huidige behandelingstermijn minstens vier maanden bedraagt voor niveau-erkenningen en minstens negen maanden voor specifieke erkenningen, waarbij wordt benadrukt dat deze termijnen kunnen worden overschreden.
4. Er bestaan belangrijke verschillen tussen de praktijken van de twee gemeenschappen, aangezien elke gemeenschap verantwoordelijk is voor haar eigen procedures.
In Vlaanderen bedroeg de kostprijs van een aanvraag tot niveau-erkenning in 2022 90 euro. Voor een specifieke erkenning van een opleiding bedroeg de kostprijs 180 euro. Er bestaan talrijke vrijstellingen; werkzoekenden en asielzoekers zijn bijvoorbeeld vrijgesteld van betaling. Van alle aanvragen in 2022 kwam 70% in aanmerking voor een vrijstelling.
In de Fédération Wallonie-Bruxelles kostte een aanvraag voor diploma-erkenning tot december 2024 tussen 60 en 200 euro (exclusief vrijstellingen). Sindsdien vereisen sommige aanvragen een administratieve kost van 400 euro (voor aanvragen betreffende een diploma van het secundair onderwijs voor een leerling uit een EU-land). Sinds 2016 zijn vluchtelingen en begunstigden van subsidiaire bescherming vrijgesteld van kosten, maar dit betreft slechts een minderheid van de aanvragen. Werkzoekenden komen niet in aanmerking voor gratis aanvragen.
Naast de procedurekost zelf kunnen bijkomende kosten ontstaan, vooral voor personen uit niet-Franstalige of niet-Nederlandstalige landen, die hun documenten moeten laten vertalen.
5. Actiris neemt actief deel aan de dialogen met de Fédération Wallonie-Bruxelles, die plaatsvinden binnen het kader van het IBEFE-bekken betreffende diploma-erkenning. Het doel is ervaringen en realiteiten van de Brusselse arbeidsmarkt uit te wisselen, zodat deze in rekening kunnen worden gebracht bij eventuele hervormingen.
De regering van de Fédération Wallonie-Bruxelles heeft haar intentie aangekondigd om het landschap van certificeringen te vereenvoudigen en de oorzaken van obstakels bij de erkenning van buitenlandse certificeringen te identificeren, onder meer door het functioneren van de diploma-erkenningsdiensten te evalueren.
Aan de Nederlandstalige kant is de situatie gunstiger. Actiris heeft daarom geen overleg opgestart met NARIC-Vlaanderen.
6. De twee gemeenschappen erkennen elkaars diploma-erkenningen niet. Een erkenning die in de ene gemeenschap wordt toegekend, is slechts geldig binnen die specifieke gemeenschap. Voor zover ik weet heeft er geen overleg tussen de gemeenschappen over dit onderwerp plaatsgevonden.