Sven Gatz is Brussels Parlementslid voor Anders. Als gewezen Brussels minister van Begroting en Vlaams minister van Cultuur maakt hij zich grote zorgen om de scheuren in het Brussel-beleid van deze Vlaamse regering.
Vlaanderen laat Brussel niet los. Dat is nog steeds de spreekwoordelijke façade op het Martelaarsplein, zetel van de Vlaamse regering. Maar er komen scheurtjes in die gevel. Deze Vlaamse regering is namelijk de eerste die sedert een halve eeuw het constante en stabiele Brussel-beleid over partijgrenzen heen ondermijnt. Het sociaal contract tussen Vlaanderen en de Nederlandstalige Brusselaars staat op losse schroeven.
De eerste scheur is nog vers. In september werd plotsklaps duidelijk dat het Vlaamse hoger onderwijs in Brussel door de verhakselaar gehaald werd. De VUB, de Erasmushogeschool, Odisee, het Instituut voor Europese Studies en Vlerick kunnen ervan meespreken.
Wat opvalt: naast de ‘gewone’ besparingen sneuvelen ook de extra middelen die elke Vlaamse regering decennialang en specifiek aan het hoger onderwijs in de hoofdstad toekende. Om de instroom van anderstalige studenten die het Nederlands omarmen, vaak uit een fragiel sociaal milieu, zo goed mogelijk te omkaderen. Begrijpe wie kan vanuit het perspectief van een onderwijsminister van Vlaams-nationale obediëntie.
Brussel-coëfficient
Het tweede scheurtje dient zich nu aan. Het deeltijdse kunstonderwijs (DKO) ligt recent onder vuur. De elf Nederlandstalige kunstacademies in Brussel krijgen overigens de stille wenk van het bevoegde kabinet om over de geplande besparingen niet te veel te piepen “omdat dit anders contraproductief zou zijn”. Ik ben minister geweest. Ik heb ook bespaard. Maar ik heb nooit mensen afgedreigd. Dat lijkt nu anders te zijn. Als men geschoren wordt, moet men stilzitten. En zwijgen. Want het warme Vlaanderen regeert.
Waar gaan deze besparingen over? De Vlaamse regering wil de zogenaamde Brussel-coëfficient in het DKO afschaffen. Vandaag krijgt elke Vlaamse academie voor muziek, woord, dans en beeldende kunsten per leerling 1,4 daar waar dat in Vlaanderen slechts 1 is.
Daar is nochtans een goede reden voor. In Vlaanderen worden deze academies door de gemeenten heel vaak beter ondersteund, met middelen en personeel. De (veelaal zeer Franstalige) gemeenten in Brussel voelen deze behoefte meestal niet. De Brusselse academies bereiken met deze extra middelen ook een bijkomend kwetsbaar publiek dat anders wellicht amper of nooit de weg naar kunst en cultuur zou vinden. En ze zetten er vele samenwerkingsprojecten mee op, in het reguliere onderwijs, in het bijzondere onderwijs, zelfs in woon-zorgcentra.
Dat riskeert nu allemaal weg te vallen. Men vreest met deze ingreep 1.000 van de 9.000 leerlingen te verliezen. In een stad waar de Franstalige academies een veel lager inschrijvingsgeld vragen bovendien. In een stad waar het aantal leerlingen in de Nederlandstalige kunstacademies bijna even groot is als in het Franstalige aanbod. Men zou dus kunnen aanvoeren dat er maar één plek is in de hoofdstad waar er een vorm van taalpariteit is: in het deeltijdse kunstonderwijs. En dit wil uitgerekend minister Zuhal Demir (N-VA) bewust afbouwen? Het kunstige ketje wordt met het Vlaamse badwater weggegooid. Niet per ongeluk, maar bewust.
Existentiële zorgen
Moeten we dan vrezen voor de derde barst? The big one? Diezelfde omkaderingsnorm bestaat namelijk ook in het leerplichtonderwijs. Komt het succesverhaal van Vlaanderen in Brussel nu ook in het vizier van Demir? Onze Vlaams-Brusselse scholen zijn en blijven de beste garantie voor het Nederlands en de meertaligheid in Brussel. Als bedenker van de Brussel-norm uit 1999 (Vlaanderen investeert jaarlijks 5 procent van zijn gemeenschapsbudget in Brussel om 30 procent van de Brusselaars te kunnen bedienen in onderwijs, cultuur en welzijn) maak ik me grote, zelfs existentiële zorgen.
Vroeger waren Vlaanderen in het algemeen en de Vlaams-nationalisten in het bijzonder financieel genereus én strategisch slim wanneer het op hun hoofdstad aankwam. De evidentie zelve. Besparingen mogen, maar vandaag knipt men op de verkeerde plekken en dreigt strategie te verworden tot rancune.
Quo vadis, N-VA? Dat die partij federaal een staatshervorming in de diepvries heeft gestopt, weten we. Nu komt daar zelfverminking bovenop. Een Vlaams-nationale partij die haar hoofdstad amputeert, zal mankend naar de horizon van de fata morgana van de Vlaamse onafhankelijkheid strompelen.
Dit stuk verscheen als opiniebijdrage in de krant De Morgen van woensdag 11 maart 2026.