Fractieleidster Imane Belguenani nam vrijdag het woord in de plenaire vergadering bij de bespreking en stemming van de begroting 2026. Haar boodschap was constructief maar scherp: Brussel doet wat het heeft beloofd, en zet eindelijk de eerste stap in de goede richting.
Belguenani begon haar tussenkomst met een oproep tot eerlijkheid over de Brusselse financiële realiteit. Na 600 dagen politieke stilstand, vijf voorlopige twaalden en een structureel te hoog tekort was een echte begroting dringend nodig.
“Ik heb de voorbije dagen collega’s horen suggereren dat we misschien beter nog even verder hadden gewerkt met voorlopige twaalden. Maar we hebben er al vijf gehad. Vijf. Dat is geen bestuur, dat is uitstel. Brussel had nood aan zekerheid. Die geeft deze begroting.”
Belguenani trok ook de federale kaart. Niet als excuus, maar als feit: volgens de cijfers van de Nationale Bank van België draagt Brussel netto bij aan de federale welvaart. Al het Brusselbashing ten spijt, draagt Brussel meer bij aan België dan het ontvangt.
Ze hekelde concreet de factuur die het Brussels Gewest betaalt voor federale verantwoordelijkheden: de OCMW-kosten door de hervorming van de werkloosheidsuitkeringen, het uitblijven van federale veiligheidsmiddelen, en het spektakel rond dakloze gezinnen die onder federale asielwetgeving vallen maar letterlijk in de kou blijven slapen.
“Die vraag naar een eerlijkere federale financiering mag nooit een excuus zijn om de hervormingen die we in Brussel zelf moeten doorvoeren voor ons uit te schuiven. Waar wij de bevoegdheid hebben, stellen wij orde op zaken. En we zullen veel sterker aan tafel aanschuiven nadat we onze eigen huisorde op peil hebben gebracht.”
3 prioriteiten voor de Brusselaar
Belguenani benoemde drie thema’s die voor haar het meest urgent zijn en die in deze begroting concreet worden aangepakt.
Ten eerste veiligheid en netheid rond de stations. De 3 miljoen euro voor het stationsplan rond Noord en Zuid is een investering die ze persoonlijk toejuicht. Veiligheid is meer dan camera’s: het gaat over verlichting, inrichting van de publieke ruimte, en een geïntegreerde aanpak waarbij netheid en preventie samenkomen op het terrein.
Ten tweede werk en economie. Met bijna 98.500 niet-werkende werkzoekenden en 43.000 Brusselaars zonder werkloosheidsuitkering is tewerkstelling het meest urgente sociale dossier van de legislatuur. De hervorming van Actiris, de invoering van een competentiebalans met taaltest, de stedelijke vrijzone op de Audisite en het CONFEX-congrescentrum op de Heizel: dit zijn de instrumenten waarmee Brussel zijn economisch potentieel kan waarmaken.
Ten derde dakloosheid. De 3 miljoen euro via de GGC en het garanderen van 285 urgentieplaatsen voor gezinnen zijn goede stappen. Maar Belguenani drong aan op structurele oplossingen: transitplaatsen, leegstaande sociale woningen als tijdelijke opvang, en één duidelijke operator voor urgentiesituaties.
Financiële geloofwaardigheid als voorwaarde
Belguenani benadrukte ook het belang van begrotingsdiscipline voor de financiële markten. Elk procentpunt extra rente op de Brusselse schuld is geld dat niet naar scholen, netheid of werk gaat. Door nu bewuste keuzes te maken, versterkt Brussel zijn kredietwaardigheid — en dat creëert op termijn ruimte voor de investeringen die de Brusselaar echt voelt.
“Deze begroting is een eerste stap. Maar wel de juiste stap. We doen wat de Brusselaars van ons verwachten.”