Vandaag (vrijdag 9 januari) kwam Brussels parlementslid Imane Belguenani (Open Vld) tussen op het actualiteitsdebat over de winteropvang voor dak- en thuislozen in Brussel. Aanleiding zijn de aanhoudende vrieskou, de verzadiging van de noodopvang en het blijvend aantal mensen dat op straat terechtkomt.
De voorbije weken moest het Brussels Gewest opnieuw extra noodopvang openen. Opvangcentra moeten vandaag opnieuw mensen weigeren en op straat zien hulpverleners mensen die noodgedwongen in tenten overnachten, midden in de winter. “Elke nacht in deze omstandigheden kan levensbedreigend zijn,” stelt Belguenani.
Volgens haar kan deze situatie niet los worden gezien van het federale beleid. “De federale regering heeft haar financiering voor het koudeplan stopgezet en heeft tegelijk de toegang tot federale opvang verder verstrengd. Dat betekent concreet dat mensen letterlijk in de kou worden gezet, terwijl Brussel de gevolgen moet opvangen,” zegt ze. “Brussel neemt zijn verantwoordelijkheid, maar kan dit niet alleen blijven doen.”
Belguenani verwees ook naar een uitspraak van de Raad van State in Nederland, die verbiedt om alleenstaande mannelijke asielzoekers nog naar België terug te sturen wegens “systeemfalen” in de Belgische opvang. “Dat bevestigt dat de federale overheid haar verplichtingen onder het internationaal en Europees recht inzake opvang niet nakomt.”
De cijfers die minister Maron meedeelde tonen de ernst van de situatie. Ondanks het activeren van het extreme koudeplan en het openen van bijkomende opvangplaatsen, blijven de capaciteiten structureel ontoereikend. Vandaag verblijven volgens de regering bijna 750 mensen verspreid over het Brussels Gewest nog steeds op straat, in parken, tenten en metrostations.
“Dit is geen debat om vingers te wijzen, maar om verantwoordelijkheid te nemen,” besluit Belguenani. “Zonder federale solidariteit blijven we dweilen met de kraan open. Winteropvang mag geen jaarlijkse noodoplossing zijn, maar moet deel uitmaken van een coherent en gedeeld beleid.”