Quo vadis, Open Vld?

In Brussel was het dit jaar vroeg duidelijk: Kerstmis komt eraan. De poorten van het jaarlijkse “Plaisirs d’Hiver” staan al enkele weken open en ook de nieuwe Kerststal deed zijn duit in het zakje. Na Kerst volgt het nieuwe jaar, een goed moment om even terug te kijken op het vorige.

Want ook het afgelopen jaar was, op zijn zachtst gezegd, weer een turbulent jaar voor de Vlaamse liberalen. Federaal en Vlaams voeren we oppositie. In het Brussels Gewest zitten we tezelfdertijd in lopende zaken alsook in regeringsonderhandelingen (voor zover die nog gevoerd worden). En als kers op de Kersttaart, moet de partij intern ook heruitgevonden worden.

Nochtans leven we vandaag de dag in tijden die een liberale partij wind in de zeilen zouden moeten geven. Jarenlang waren het liberale partijen die bouwden aan internationale verworvenheden: vrijhandel, open markten, multilaterale samenwerking, de verdediging van individuele vrijheden over grenzen heen, en ga zo maar verder. Vandaag staan precies die fundamenten onder druk.

Landen plooien terug op zichzelf en het vertrouwen in internationale spelregels brokkelt af. De Verenigde Staten, lange tijd het symbool van openheid en economische vrijheid, schuiven op richting protectionisme en cultureel conservatisme. Vrijhandel, ooit een vanzelfsprekendheid, wordt steeds vaker voorgesteld als een probleem in plaats van een hefboom voor welvaart. Het is precies die openheid die decennialang onze vrijheid mogelijk heeft gemaakt, en waarvan onze welvaart nog altijd fundamenteel afhangt.

Ook in eigen land zijn bepaalde verworvenheden al lang geen vanzelfsprekendheid meer.

De onthouding van België in het Mercosur-handelsakkoord is daarvan een goed voorbeeld. In een wereld die protectionistischer wordt, slaagt ons land er niet in een duidelijk signaal te geven vóór vrijhandel. Dit ondanks het feit dat Vlaanderen leeft van export en internationale handel rechtstreeks gelinkt is aan 1 op de 3 jobs.

Maar ook fundamentele vrijheden worden in vraag gesteld: voorstellen om organisaties zoals Antifa preventief te verbieden doen de uitvoerende macht gevaarlijk dicht richting rechterlijke macht opschuiven en ondermijnen de vrijheid van vereniging. Of, om het in de woorden van Rosan Smits te zeggen, “Antifascisme verbieden is fascistisch”.

En wanneer een minister openlijk verklaart rechterlijke uitspraken naast zich neer te leggen omdat ze politiek niet uitkomen, dan raakt dat aan de kern van de rechtsstaat zelf. Dit zijn voor liberalen geen debatten in de marge, maar alarmsignalen. In een welwerkende democratie is het nu eenmaal belangrijker om de rechtsstaat te beschermen, dan louter de wil van de meerderheid uit te voeren.

Wanneer een minister openlijk verklaart rechterlijke uitspraken naast zich neer te leggen omdat ze politiek niet uitkomen, dan raakt dat aan de kern van de rechtsstaat zelf.

Gelukkig kon een liberale partij dit jaar ook overtuigen en verkiezingen winnen.

De verkiezingsoverwinning van D66 in Nederland onder leiding van Rob Jetten toont dat een liberale partij niet altijd hoeft te kiezen tussen haar principes en electoraal succes. Met een uitgesproken optimistische boodschap, een geloof in vooruitgang en een open maar zelfverzekerd verhaal over identiteit en welvaart, wist D66 kiezers te overtuigen over klassieke breuklijnen heen. Met het eenvoudige idee dat een open samenleving maakbaar is, en beter kan worden. In een tijdperk van terugplooien laat D66 zien dat liberalisme dat durft keuzes te maken opnieuw mensen kan enthousiasmeren.

Want ook bij ons moesten er dit jaar keuzes gemaakt worden. Sinds midden oktober heet de nieuwe kapitein Frédéric De Gucht, die de niet benijdenswaardige taak krijgt om het tij te doen keren en de liberale boot rustigere wateren te doen binnenvaren. Daarvoor is een grote herbronning nodig, met een nieuwe interne structuur, waaruit dan uiteindelijk nieuwe ideeën kunnen voortvloeien. Want als er één sterkte is die onze partij gelukkig wel nog heeft, is het haar liberale ideologie. Door te blijven pleiten voor vooruitgangsoptimisme, ongecompliceerde welvaartsgroei én individuele vrijheid moet uiteindelijk een nieuw verhaal geschreven kunnen worden.

Dit alles realiseren op 8 weken tijd is onmogelijk. “Een olifant een je stukje voor stukje” vertelde nieuwbakken Brussels Minister van Begroting Dirk De Smedt onlangs. Ideologisch moet de partij opnieuw haar fundering leggen en van daaruit stapsgewijs verder bouwen. Een werk van lange adem. De Open Vld hoeft daarbij niet te kiezen tussen de klassieke links-rechts tegenstelling. Blauw is blauw, het schip is groot genoeg. Met de uitspraak “het is niet omdat ge economisch rechts zijt, dat ge automatisch liberaal zijt” leek de nieuwe voorzitter onlangs al een schot voor de boeg te geven.

Door te blijven pleiten voor vooruitgangsoptimisme, ongecompliceerde welvaartsgroei én individuele vrijheid moet uiteindelijk een nieuw verhaal geschreven kunnen worden.

Maar ook door de interne organisatie van de partij, waait een nieuwe wind. Meer structuur, meer stroomlijning, duidelijke communicatie. Het zelfregulerende effect van de onzichtbare hand is voor liberalen heilig, al doet deze zichtbare hand de partij toch ook deugd. Het partijhoofdkwartier in de Melsensstraat telt minder mensen dan vroeger, maar begint terug meer te leven. Bijeenkomsten van mandatarissen en medewerkers, nieuwe werkgroepen, een partijraad met +300 aanwezigen, infosessies én boterhammen op maandagmiddag. Want op een lege maag kan je geen strijd voeren.

Ondertussen werken wij vol overtuiging verder. Op die momenten af en toe een opsteker krijgen, doet deugd. In de meest recent peiling ging de Open Vld er, na jaren, eens niet op achteruit. Van 5,7% naar 7,1%. Een verschuiving die statistisch niets zegt, maar die evenzeer in de andere richting niets had kunnen zeggen.

De weg die in 2026 en de jaren daarna zal moeten worden afgelegd is nog lang. Maar aan het einde van die tunnel brandt er dus sinds kort, toch weer een blauwe schemerlamp.

Fijne feesten!

Klaasjan Creemers is 29 jaar, vrijdenkend en woont in Molenbeek.