Rusthuissector betaalt prijs van ideologie: tijd voor pragmatisme

Tijdens de plenaire vergadering van vrijdag 12 december 2025 nam Brussels parlementslid Imane Belguenani het woord over de technische aanpassing aan de rusthuishervorming van 2022. Haar boodschap was duidelijk: wat vandaag als een “noodzakelijke correctie” wordt voorgesteld, is in werkelijkheid het rechtstreekse gevolg van een ideologisch gedreven beleid dat de sector heeft verzwakt. Of zoals ze het zelf formuleerde in het parlement: “Er zijn van die momenten waarop het moeilijk is om niet te zeggen: I told you so.”

Een hervorming met goede intenties, maar foute keuzes

In 2022 kwam de Brusselse regering met een grondige hervorming van de rusthuissector. De doelstelling om de kwaliteit te verhogen – in de publieke, private en associatieve rusthuizen – werd breed gedeeld. Ook Open Vld Brussel steunde die filosofie.

Maar volgens Belguenani liep het mis op een cruciaal punt. “Om ideologische redenen werd beslist om het marktaandeel van de commerciële sector actief te beperken,” stelde ze in het parlement. Concreet werd het mechanisme ingevoerd waarbij commerciële rusthuizen geen bedden meer konden recupereren of herverdelen zodra hun marktaandeel boven de 50% lag. Dat maakte het beheer van capaciteit bijzonder moeilijk, net op een moment dat de sector nog herstelde van de COVID-crisis.

“Toen hebben wij gezegd dat dit fout zou aflopen,” klonk het vrijdag in de plenaire. “I told you so.”

Waarschuwingen genegeerd, sector niet gehoord

Open Vld Brussel waarschuwde toen al voor de gevolgen. De fractie vroeg expliciet om de sector te horen, met vertegenwoordigers van Brulocalis, Gibbis en Femarbel. Ook de sectorfederaties zelf klaagden publiek het gebrek aan overleg aan.

“De toenmalige minister koos bewust voor confrontatie in plaats van overleg,” aldus Belguenani. “Het dedain voor de commerciële private sector was voelbaar.” Uit protest tegen dat gebrek aan pragmatisme stemde Guy Vanhengel namens de fractie tegen de hervorming.

Drie jaar later zijn de gevolgen zichtbaar. Het mechanisme voor beddenrecuperatie treft vandaag alle rusthuizen, ongeacht of ze publiek, associatief of privaat zijn. Veel instellingen kunnen hun financieel evenwicht niet meer herstellen, net omdat bedden die tijdens de pandemie tijdelijk verloren gingen, niet opnieuw konden worden ingezet – ook al kosten lege bedden niets aan de overheid.

Volgens Femarbel gingen 19 rusthuizen definitief dicht, goed voor ongeveer 2.000 plaatsen en meer dan 1.100 jobs. Andere cijfers spreken over 11 sluitingen, maar het menselijke gevolg blijft hetzelfde: kwetsbare ouderen die moeten verhuizen naar een andere leefomgeving.

Bovendien nadert Brussel een gevaarlijke grens: het totale aantal rusthuisbedden dreigt onder de voorziene programmatie te zakken. Met andere woorden: er zullen binnenkort minder bedden zijn dan nodig.

Minder ideologie, meer realisme

Ironisch genoeg heeft het beleid zijn doel niet bereikt. Het aandeel van de commerciële sector is wel gedaald, maar het publieke en associatieve aanbod is niet toegenomen. Ook daar moesten rusthuizen sluiten wegens gebrek aan middelen om te investeren en aan de normen te voldoen. De realiteit is dat Brussel vandaag simpelweg niet beschikt over de budgettaire ruimte om op korte termijn nieuwe publieke capaciteit te creëren.

Open Vld Brussel zal het voorstel steunen om het mechanisme voor beddenrecuperatie tijdelijk te schorsen tot 2026. “Dit is het minimum minimorum,” benadrukte Belguenani. “Maar het is ook het bewijs dat wat we in 2022 hebben gezegd, vandaag bevestigd wordt. I told you so.”

Ze roept de huidige, of volgende, minister op om lessen te trekken uit het beleid van 2022. “Met minder ideologische reflexen en meer overleg met de sector kunnen we vermijden dat we telkens opnieuw moeten ingrijpen op het laatste moment. De rusthuissector heeft nood aan stabiliteit, rechtszekerheid en een langetermijnvisie.”