“We hebben het democratische recht om van mening te verschillen. Maar we hebben ook de democratische dwang om die verschillen zoveel mogelijk te overstijgen. En we hebben zeker de plicht tot samenwerking, over de taalgroepen heen. Anders kan dit gewest niet bestaan. En dreigt het zijn bestaansreden te verliezen”. Dit zijn de woorden van Sven Gatz op de nieuwjaarsreceptie van het Brussels parlement (9/1/26).
Mijnheer de voorzitter van het Brussels Parlement
Betse Collega’s,
Dames en heren,
Ik wens onze ondervoorzitter alle beterschap en sta voor u als ouderdomsdeken van de Nederlandstalige parlementsleden. Bedankt collega’s voor het vertrouwen.
Mijn voornemen om zoals gebruikelijk is drie maanden te zwijgen als gewezen minister wordt door deze nieuwjaarstoespraak voortijdig doorbroken. Het zij zo.
Ik sta voor u met nederigheid en voorzichtigheid. Wij moeten samen een uitweg zoeken uit deze politieke crisis. Voor Brussel. Voor de stad die wij delen. Voor het gewest dat wij dienen.
Een enthousiasmerende nieuwjaarsrede geven in deze context is geen cadeau. Dit parlement heeft na anderhalf jaar nog geen regering aangesteld.
De continuïteit van de democratische controle is gewaarborgd, ja.
Maar er werd dus geen regering aangesteld. Toch is ook dat een fundamentele taak van ons parlement.
Laat me daarom twee wijsheden meegeven zonder de behoefte de wijsneus uit te hangen.
Eén:
Grondwetten en wetten bepalen de regels, ook en zeker in crisistijd. De Amerikaanse Grondwet — een baken in het Westen en de wereld, als het op grondwettelijke checks and balances aankomt — werd niet opgeheven tijdens burgeroorlog of wereldoorlog en andere crisissen. Ze werd enkel aangepast nadien via amendementen volgens de geijkte regels.
Ik geef niet toevallig dit Amerikaanse voorbeeld. Iedereen kijkt dezer dagen vol angst wat er kan gebeuren als net in Amerika aan die basisregel wordt geknaagd. Want wie morrelt aan de fundamenten die speelt met vuur. Men neemt de laatste zekerheid weg.
Creativiteit, frisse ideeën en een andere aanpak zijn belangrijk, in het leven, voor ondernemers, en ook in de politiek. Maar ze vervangen de Grondwet, en wat ons betreft de Brusselse Grondwet, de bijzondere wet van 1989, niet. Ze zijn geen oplossing voor een institutionele blocage.
De bijzondere wet werd volgens de vastgelegde procedures gestemd in het federaal parlement als sluitstuk van het Belgisch pacificatiemodel. Pacificatie tussen twee grote taalgemeenschappen.
De bijzondere wet was duidelijk — de geest van de wet én de letter van de wet! Letter en geest van deze wet impliceren dat men dit gewest niet kan besturen zonder samenwerking. Het samenwerkingsimperatief staat in de wet letterlijk verankerd. Er is geen creatieve omweg voorzien in de wet. Bewust. Dit is geen foutje in de wet. Dit was de heldere intentie van de bijzondere wetgever in 1989!
Dat was mijn eerste wijsheid: Brusselse parlementsleden zijn dienaars van de wet. De bijzondere wet is ons kompas.
Ja, we hebben het democratische recht om van mening te verschillen. Maar we hebben ook de democratische dwang om die verschillen zoveel mogelijk te overstijgen.
En we hebben zeker de plicht tot samenwerking, over de taalgroepen heen. Anders kan dit gewest niet bestaan. En dreigt het zijn bestaansreden te verliezen.
Twee:
De stad verandert. Ik vat het voor u samen in vier cijfers.
Op 25 jaar tijd is:
• Eén: de Brusselse bevolking gestegen van iets minder dan 1 miljoen naar bijna 1,3 miljoen inwoners;
• Twee: in die periode zijn er 1,5 miljoen mensen van buiten Brussel naar Brussel verhuisd;
• Drie: zijn er 1,4 miljoen mensen van Brussel naar buiten Brussel verhuisd.
Ik laat deze drie eerste cijfers al even doordringen. Deze stad kent een ongekend verloop. Dat is geen oordeel, dat is een vaststelling.
• Vier: volgens Statbel heeft 74% van de Brusselaars minstens één ouder die geen Belg was bij geboorte.
De diversiteit van Brussel is geen hype, het is een vaststelling. Volgens mij een verrijkende én een economisch goede evolutie. Het maakt ons welvarender. Maar mijn persoonlijke appreciatie doet er eigenlijk weinig toe.
Die nieuwe realiteit doet stemmen opgaan over de toepasbaarheid van de bijzondere wet van 1989. België kent dan wel twee of drie taalgemeenschappen, in Brussel is dat een achterhaald concept, zegt men dan. Het werkt politiek niet meer.
En van “het werkt niet meer” naar het zoeken van creatieve omwegen om de bijzondere wet te omzeilen is maar een kleine stap … en een gevaarlijke stap. Het lijkt een legitimatie dat je in sommige gevallen grondwetten en bijzondere wetten kan omzeilen.
Ik ben niet van mening dat zelfs in deze gewijzigde demografische context het beschermen en zelfs promoten van het Nederlands in Brussel minder relevant is geworden. Ik werd gevraagd als ‘doyen’ van de Nederlandstalige verkozenen u toe te spreken … in het Nederlands in het parlement van een tweetalige en meertalige hoofdstad van een drietalig land, waar ik hoop dat pacificatie tussen gemeenschappen nog steeds het doel is. Die evenwichten hier in Brussel in vraag stellen, is diezelfde pacificatie op Belgisch niveau de rug toekeren.
Er zijn bovendien normale procedures voorzien in de Grondwet om die Grondwet en bijzondere wetten aan nieuwe evoluties of inzichten aan te passen. Dat is de manier waarop we dit debat over de nieuwe demografische realiteit van Brussel moeten voeren. Via de democratie, in een transparant debat, in het Brussels en het federale parlement. Niet en stoemelings.
Dames en heren,
De wet zegt niet alleen: we moeten samenwerken.
Onze democratische plicht zegt ook: we moeten samenwerken.
Ik wens u, alle Brusselaars in het bijzonder en Brussel in het algemeen, een goed en beter 2026.