Vrouwelijk ondernemerschap in Brussel: de barometer meet, maar dat is onvoldoende

Slechts 7,6% van de Brusselse vrouwen op arbeidsgeschikte leeftijd heeft het statuut van zelfstandige, tegenover 18,2% bij mannen. Bijna de helft van die vrouwelijke zelfstandigen verdient minder dan 20.000 euro per jaar. Dit zijn geen abstracte cijfers: ze weerspiegelen structurele drempels die Brusselse vrouwen elke dag ondervinden op weg naar economische zelfstandigheid.

Daarom stelde Brussels parlementslid Imane Belguenani in maart 2026 een schriftelijke vraag aan minister Laurent Hublet over de concrete invulling van de regeringsbelofte rond vrouwelijk ondernemerschap. Die belofte staat zwart op wit in de gewestelijke beleidsverklaring: “Het gewest zal ook steun bieden aan vrouwelijke ondernemers en ondernemers met diverse achtergrond, ambachtslui en buurtwinkels, de sociale en solidaire economie.” De vraag is: wat betekent die steun in de praktijk?

De minister erkent zelf: er zijn geen streefcijfers

Op de vraag of de regering meetbare doelstellingen formuleert voor vrouwelijk ondernemerschap, verwijst minister Hublet naar de Barometer van het Vrouwelijk Ondernemerschap van hub.brussels — een instrument met 36 indicatoren dat de evolutie van vrouwelijk ondernemerschap in kaart brengt. Het klinkt degelijk, maar de minister zegt er ook impliciet mee: de barometer meet, maar de regering streeft niets na. Geen streefcijfer voor het aandeel vrouwelijke zelfstandigen. Geen target voor hun aanwezigheid in innovatieve sectoren. Geen ijkpunt waaraan we in 2029 kunnen aftoetsen of dit beleid gewerkt heeft.

Dat is precies de kern van het probleem. Meten zonder ambitie is geen beleid.

Evenementen zijn geen structuur

Het antwoord van de minister somt een reeks initiatieven op: een Empowermonth, bootcamps, een Women Digital Festival. Nuttige activiteiten, maar geen antwoord op de structurele uitdaging. Want de grootste drempel voor vrouwelijke ondernemers blijft toegang tot kapitaal. En daar biedt het antwoord weinig nieuws. Geen specifieke financieringsinstrumenten exclusief gericht op vrouwen, geen regionaal investeringsfonds, geen uitbreiding van microkrediet. Bestaande instrumenten worden “actief gepromoot” bij vrouwen, maar fundamenteel verandert er niets.

Verontrustender is de budgettaire realiteit achter de mooie woorden. De projectoproep ‘Women in Business’ (waarmee sinds 2022 meer dan 578 vrouwen werden begeleid) krijgt in 2026 slechts 72.000 euro. Dat is een fractie van wat structurele verankering zou vereisen. En de omschakeling van premies naar leningen, aangekondigd in de beleidsverklaring, raakt vrouwelijke ondernemers onevenredig hard: zij worden gemiddeld vaker geconfronteerd met kredietweigeringen en beschikken over minder startkapitaal.

Anders Brussel blijft dit opvolgen

Voor Imane Belguenani is dit antwoord geen eindpunt. “De beleidsverklaring maakt een belofte. Maar een belofte zonder actieplan, zonder targets en zonder structurele financiering is een intentieverklaring. Geen beleid. Ik verwacht een concrete uitvoeringsagenda: wanneer komt die, wat zijn de doelstellingen, en hoe meten we of Brusselse vrouwen die ondernemen er in 2029 echt op vooruit zijn gegaan?”

Wij zullen dit dossier blijven opvolgen. In de commissie, via parlementaire vragen en in rechtstreeks contact met het middenveld. Want gelijke kansen voor vrouwen die ondernemen zijn geen gunst, maar een voorwaarde voor een sociaal en economisch sterk Brussel.