Brussels parlementslid Imane Belguenani vraagt meer duidelijkheid over de opvangcapaciteit in de Brusselse jeugdzorg. Uit antwoorden op haar parlementaire vragen blijkt dat het overzicht vandaag versnipperd blijft, onder meer door de complexe bevoegdheidsverdeling tussen de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, de Vlaamse Gemeenschap en de Franse Gemeenschap.
In Brussel wordt jeugdbescherming in principe georganiseerd door de Vlaamse en de Franse Gemeenschap. Wanneer hulpverlening echter moet worden opgelegd door de jeugdrechter, is de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie bevoegd. De GGC beschikt zelf niet over eigen instellingen of erkende diensten om die maatregelen uit te voeren, en doet daarom een beroep op de voorzieningen van beide Gemeenschappen.
Uit de antwoorden blijkt dat er vandaag geen specifiek quotum bestaat voor Brusselse jongeren binnen de bestaande voorzieningen. Omdat de GGC zelf geen eigen jeugdhulp- of jeugdbeschermingsinstellingen beheert, centraliseert ze ook geen volledig overzicht van de beschikbare opvangcapaciteit voor Brusselse jongeren.
Voor de Franstalige voorzieningen bestaat er wel een overzicht van erkende diensten in Brussel en hun capaciteit. Daarnaast werkt de Franse Gemeenschap aan een meerjarenplanning om tekorten per type dienstverlening beter in kaart te brengen. Sinds de publicatie van die gegevens werd voor Brussel een versterking van 15 begeleidingsplaatsen meegedeeld. De openbare instellingen voor jeugdbescherming van de Franse Gemeenschap bevinden zich momenteel allemaal buiten het Brussels Gewest, al is tegen 2028 de opening van een nieuwe instelling in Vorst voorzien.
Aan Nederlandstalige kant blijkt het aanbod in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zeer beperkt en vooral gericht op dienstverlening, eerder dan op residentiële opvang. Daardoor worden Brusselse jongeren vaak buiten het gewest geplaatst. Specifieke cijfers over de capaciteit konden binnen de antwoordtermijn niet worden aangeleverd.
“Voor jongeren in een kwetsbare situatie is het essentieel dat de juiste hulp snel beschikbaar is. Daarvoor moeten we eerst een duidelijk zicht hebben op de bestaande capaciteit, de tekorten en de noden in Brussel,” zegt Imane Belguenani. “De bevoegdheidsverdeling mag geen drempel worden voor jongeren die ondersteuning nodig hebben.”
Uit de antwoorden blijkt ook dat de Brusselse ordonnantie van 16 mei 2019 nog steeds afhankelijk is van een samenwerkingsakkoord tussen de GGC, de Vlaamse Gemeenschap en de Franse Gemeenschap. In 2019 werd al een ontwerp van samenwerkingsakkoord in eerste lezing aangenomen door het Verenigd College, maar dat dossier kreeg tijdens de vorige legislatuur geen verder vervolg.
Belguenani vraagt daarom om het overleg met beide Gemeenschappen opnieuw actief op te nemen en duidelijke afspraken te maken over toegankelijkheid, plaatsingscriteria, duur van opvang en beschikbare capaciteit.
“Dit dossier verdient een nieuwe impuls. Niet om met de vinger te wijzen, maar om ervoor te zorgen dat Brusselse jongeren en gezinnen weten waar ze op kunnen rekenen. Een betere samenwerking tussen de bevoegde overheden is daarvoor onmisbaar,” besluit Belguenani.