De nieuwe stadsderby: ondernemers tegen onderwereld
Ik woon ik een middelgrote Brusselse gemeente. Tot mijn plezier, zoals u wellicht weet. Jette telt 55.000 inwoners en is daarmee een hoofdstedelijke middenmotor. Niet zo klein als Sint-Joost of Koekelberg, niet zo groot als Anderlecht of Schaarbeek. In bijna alle klassementen van het Brussels Gewest (armoede, veiligheid, demografie,…) scoren we…gemiddeld. Dat is ook de roeping van onze gemeente: Jette is een plek voor de aankomende middenklasse en van de middenklasse tout court. Niet zo arm als een deel van Molenbeek, zeker niet zo rijk als Ukkel.
Waar we wel boven de middelmaat uitkomen, is als commercieel centrum van het noordwesten van het gewest. De handelskernen van Ganshoren, Sint-Agatha-Berchem, Koekelberg en gedeeltelijk Molenbeek staan onder druk. Dat is niet nieuw en ook niet uniek voor ons stadsdeel. Mensen kopen (veel) meer online en er zijn misschien nog wel veel startende ondernemers maar een businessplan hebben ze niet altijd. En dan kan het snel fout gaan. Een combinatie van weinig fysieke klanten en je doelpubliek net te weinig kennen of niet voldoende inschatten, het is al te vaak een recept voor een aangekondigde mislukking. Maar hulde des te meer aan hen die blijven ondernemen, blijven proberen en onze stad en onze buurten doen leven.
Brussel is beslist nog steeds een zeer interessante plek om te ondernemen. Veel bewoners, veel passage en veel toeristen. Onze stad kent helaas te veel mensen die het moeilijk hebben maar er wonen hier ook zeer veel Brusselaars met koopkracht. De interessante wijken om te ondernemen zijn anderzijds ook beperkt: het stadscentrum in al zijn facetten uiteraard, Flagey, Stokkel, De Jacht, Merode, Ukkel-centrum, Sint-Gillis en ik vergeet er wel enkele. Maar in de middenklassewijken en -gemeenten is het vaak minder evident.
Toch slaagt Jette erin om met zijn grote zondagsmarkt en zijn handelskernen op de Spiegel en aan het station erin om een rijk aanbod aan winkels, cafés en restaurants aan te bieden aan de meer dan 200.000 inwoners van noordwest Brussel (ter vergelijking: steden als Brugge, Leuven, Aalst of Mechelen hebben elk iets meer of minder dan 100.000 inwoners). En dat is vooral te danken aan alle middelstanders die elke dag het beste van zichzelf geven. Ook onze schepen van handel, Jennifer Gesquiere, geeft nieuwe impulsen.
Zij komen recent tussen een nieuwe hamer en en een vreemd aambeeld terecht. Daar waar vroeger eigenaars redelijke handelshuren vroegen, treden nu grote immo-groepen op die bij de vernieuwing van een contract een verdubbeling of meer van de maandelijkse huur vragen. Resultaat: meer en meer lokale middenstanders dreigen weg te stromen en enkel nog grote bedrijven of multinationals nemen de oude plekken in. Met een monotoon aanbod tot gevolg.
De stad als Disneyland.
De tweede dreiging komt van onder, letterlijk: de onderwereld wil grote sommen misdaadgeld (al dan niet drugsgerelateerd) witwassen en koopt ofwel bestaande handelaars uit ofwel richt men winkels in (hebt u ook opgemerkt dat er de laatste tijd nogal veel ‘Barber shops’ zijn, die verrassend mooi ingericht zijn?) om gewoonweg geld wit te wassen.
De stad als Onderland.
Als we onze middenstanders en onze handel willen beschermen, zullen we een gewapend beleid moeten voeren, met gemeenten, gewest, politie én parket. We moeten ons niet letterlijk bewapenen uiteraard, maar we moeten wel met de juiste wapens strijden. Voor onze stad en voor onze handelaars.
Een wedstrijd die we moeten winnen.
Sven Gatz