door Imane Belguenani
“Protectionisme is vandaag de grootste vijand van een stabiele internationale orde,” stelde Imane Belguenani in het Brussels Parlement als reactie op een resolutie van Ecolo om het handelsverdrag tussen de EU en de Mercosur-landen niet goed te keuren.
Op 28 juni 2019 bereikte de Europese Unie een politiek akkoord met de Mercosur-landen over het handelsverdrag. De vier Mercosur-landen zijn Brazilië, Argentinië, Paraguay en Uruguay, recent bijgetreden door Bolivia. Het vrijhandelsakkoord bevat bepalingen over: het verminderen van tarieven op Europese industriële goederen en landbouwproducten; het beschermen van geografische indicaties; het vergemakkelijken van de toegang tot de markt voor overheidsaanbestedingen en diensten; het verzekeren van voedselveiligheid; het garanderen dat handel duurzame ontwikkeling bevordert (werknemersrechten en milieubescherming).
Dit akkoord moet nu worden goedgekeurd door het Europees Parlement en de lidstaten. In België betekent dit nu eenmaal dat het ook door alle deelstaatregeringen en -parlementen moet worden goedgekeurd.
In het Brussels Parlement liet Ecolo een resolutie goedkeuren, met steun van PS, PTB/PVDA en Groen, waarin de Brusselse regering wordt gevraagd geen mandaat te geven aan de federale regering om dit akkoord goed te keuren. Het verdrag zou mogelijk negatieve gevolgen hebben, voornamelijk op sociaal, economisch en ecologisch vlak.
Met Open Vld hebben we tegen deze resolutie gestemd. Ik heb het standpunt van Open Vld in het Brussels Parlement als volgt toegelicht:
Mevrouw Imane Belguenani (Open Vld)– Voor wie eraan zou twijfelen: ik zet de traditie van de Open Vld in het Brussels Parlement voort. Wij zijn er niet van overtuigd dat het Brussels Parlement de juiste plek is voor deze internationale thema’s en al helemaal niet als het erom gaat om via resoluties internationale politiek te bedrijven. Verwacht van onze fractie dan ook geen breuk in die houding.
Wij hebben steeds herhaald dat Brussel een plek is waar Europa en de wereld akkoorden sluiten en overleg plegen, maar niet waar ze elkaar belemmeren. Er is bovendien geen democratisch deficit: we hebben een federale regering en een federaal
parlement en we hebben een legitiem Europees Parlement.
Ik heb echter mijn twijfels over dat aspect van het federalisme waarbij de Brusselse regering en het parlement een onredelijke
blokkeringsmacht hebben. Bij het beluisteren van de opname van de commissievergadering heb ik een eerste maal de wenkbrauwen gefronst toen ik de heer Pitseys hoorde zeggen dat het de verantwoordelijkheid is van het Brussels Parlement om een internationaal verdrag tussen de EU en de Mercosurlanden te blokkeren. Is dat echt onze verantwoordelijkheid? Het klinkt disproportioneel en zelfs lachwekkend in het licht van de verantwoordelijkheden die we niet opnemen, zoals de vorming van een regering.
Ik wil het debat hier niet ten gronde voeren, want dat zou het net iets te veel legitimiteit geven. Ik zal me beperken tot een aantal argumenten. Heel wat vragen zijn wellicht terecht. Een akkoord is echter de vrucht van een compromis, een evenwicht tussen uiteenlopende visies. Een verdrag is een middel om binnen een afgesproken kader samen te werken. Handel is geen doel, maar een middel, niet in het minst om relaties tussen landen op een vreedzame manier in stand te houden.
In de geopolitiek kunnen we “Faites l’amour, pas la guerre” vertalen door “Faites le commerce, pas la guerre”. Dat is de internationale vertaling van de Europese aanpak, die landen en economische supranationale entiteiten economisch afhankelijk
van elkaar maakt.
Ik was een tweede keer verbaasd toen ik hoorde hoe sommigen plat protectionisme van de eigen economie moeiteloos
integreerden in een discours van verheven sociale en ecologische waarden. Protectionisme is vandaag de grootste vijand van een stabiele, internationale orde. Handelen op basis van akkoorden is de beste garantie, ook al houdt dat compromissen in.
Net als Sint-Lambrechts-Woluwe geen gemeente van verzet tegen het gewest is, is het Brussels Gewest geen gewest van verzet tegen Europa. Dat is een visie op de politiek, op het federalisme en de liberale democratie die wij niet delen. We zullen daarom tegen het voorstel van resolutie stemmen.
https://weblex.irisnet.be/data/crb/cri/2024-25/00011/images.pdf
Voor wie eraan zou twijfelen: ik zet een traditie van Open Vld in dit parlement voort. We zijn er niet van overtuigd dat het Brussels Parlement de juiste plek is voor deze internationale thema’s. Verwacht van onze fractie geen breuk met deze houding.
We hebben ook steeds herhaald dat Brussel een plek is waar Europa en de wereld akkoorden sluiten en overleg plegen, niet waar we dat belemmeren.
Er is bovendien geen democratisch deficit: we hebben een federale regering en een federaal parlement, en er is een Europees Parlement met alle legitimiteit. Ik heb mijn twijfels over dit aspect van ons federalisme, waarbij de Brusselse regering en het Brussels Parlement een onredelijke blokkeringsmacht hebben.
Mijn wenkbrauwen gingen de eerste keer omhoog toen collega John Pitseys aankondigde dat “het onze verantwoordelijkheid is als Brussels Parlement om een internationaal verdrag tussen de EU en Mercosur te blokkeren. Onze verantwoordelijkheid als Brussels Parlement? Echt? Dit klinkt disproportioneel en zelfs licht lachwekkend als we kijken naar de verantwoordelijkheden die we nu hebben en niet opnemen: bijvoorbeeld het vormen van een eigen regering en het aanpakken van het uit de hand lopende begrotingstekort op korte termijn.
In geopolitieke termen is de vertaling van “faites l’amour, pas la guerre” eigenlijk “faites le commerce et non la guerre”.
Wat het akkoord zelf betreft: ik wil me niet laten verleiden om het debat hier ten gronde te voeren, want discussie in het Brussels parlement te veel legitimeren. Laat mij volstaan met te zeggen dat ik een aantal van de argumenten deel (bijvoorbeeld over ontbossing en het transport van rundsvlees op dergelijke schaal). Veel vraagtekens zijn wellicht terecht. Maar een akkoord is de vrucht van een compromis, een evenwicht tussen verschillende visies. Een verdrag is een middel om binnen een afgesproken kader samen te werken. Handel is geen doel op zich, maar een middel. Het is een middel voor vreedzame relaties tussen landen. In geopolitieke termen is de vertaling van “faites l’amour, pas la guerre” eigenlijk “faites le commerce et non la guerre”.
Dat is ook de EU. Dat is samengevat het Europese project. Dat is de Europese aanpak op internationaal vlak. Je maakt landen en supranationale economische entiteiten economisch van elkaar afhankelijk. Onze federale regeringen en parlementen, evenals het Europees Parlement, zijn volgens de afgesproken procedures verantwoordelijk voor het beoordelen van de degelijkheid van dit compromis, met zijn voor- en nadelen.
Ik was een tweede keer verbaasd toen ik hoorde hoe sommigen plat economisch protectionisme van de eigen landbouw en industrie moeiteloos integreerden in een discours over verheven sociale en ecologische waarden (die ik overigens deel). Protectionisme is vandaag de grootste vijand van een stabiele internationale orde. Handel op basis van akkoorden biedt daarvoor de beste garantie, ook al houdt dat compromissen in.
Net zoals Sint-Lambrechts-Woluwe geen “commune de résistance” is tegen het Gewest, is Brussel ook geen “région de résistance” tegen Europa. Dit is een politieke visie op federalisme en liberale democratie die wij niet delen. Wij zullen dit niet goedkeuren.
Imane Belguenani
Brussels Parlementslid